Waarom competitie juist goed is voor kinderen #156
De Nederlandse volleybalbond en zwembond hebben recent hun competitiebeleid jeugdsport aangepast. Geen scores meer bij volleybal. Geen medailles meer bij het zwemmen. Het doel: kinderen meer plezier laten beleven aan sport.
Dat klinkt sympathiek. Maar als sportpsycholoog zet ik hier grote vraagtekens bij. Volgens mij is dit symptoombestrijding. Ik schreef deze blog naar aanleiding van mijn radio-interview bij NPO Radio 1
Door: NL sportpsycholoog Jan Sleijfer
Sport is een veilige oefenplaats voor het echte leven
Want wat als we met deze goedbedoelde bondsmaatregelen juist iets essentieels weghalen uit sport? Iets wat kinderen later in het leven keihard nodig hebben?
Competitie is geen vies woord en ook geen tegenpool van plezier. Het is een miniatuurversie van de maatschappij. In wedstrijdsport leren kinderen levenslessen, zoals:
- omgaan met winst én verlies
- teleurstelling verdragen (emotieregulatie)
- zichzelf herpakken na een fout (doorzettingsvermogen)
- spanning reguleren
- doelen stellen
- feedback ontvangen
- ontwikkelen moreel besef (accepteren spelregels, fair play)
En ja, soms doet dat pijn. Maar juist dát maakt sport waardevol. Kinderen die nooit verliezen, leren later harder vallen.
Wie sport reduceert tot alleen “leuk bezig zijn”, mist de diepere ontwikkelingswaarde. Het leven houdt immers ook geen rekening met ieders gevoel. Je wordt afgewezen, verliest kansen, maakt fouten. Sport biedt een veilige omgeving om dat al jong te leren en mentaal weerbaarder te worden.
Mentale weerbaarheid ontstaat niet in comfort
Mentale weerbaarheid ontstaat niet als alles wordt gladgestreken. Het ontstaat wanneer een kind: (1) een wedstrijd verliest, (2) hiervan baalt, (3) even stil is en (4) daarna tóch weer verder gaat.
Dat moment – net na de teleurstelling – is goud waard. Als we scores, ranglijsten en medailles weghalen, halen we ook die leermomenten weg. Dan ontnemen we kinderen de kans om te oefenen met emoties die later onvermijdelijk zijn.
Zonder competitie leren we kinderen vooral om ongemak te vermijden. Terwijl het leven vraagt om ermee om te gaan. Sport is daarvoor bij uitstek geschikt. Juist omdat het veilig is. Juist omdat het spel is. Juist omdat je daarna weer naar huis gaat.
En de excessen binnen jeugdcompetities dan?
Laat ik helder zijn: ik ben de eerste die grenzen trekt. Echter, het probleem is niet competitie, maar volwassen gedrag.
De excessen in sommige takken van de jeugdsport, zoals destijds in het wedstrijdturnen en betaald voetbalorganisaties, zijn schrijnend. Daar is competitie ontspoord door:
- selectie op te jonge leeftijd
- prestatiedruk
- machtsmisbruik
- angstcultuur
- gebrek aan pedagogisch leiderschap
Maar dat is geen argument tegen competitie an sich. Dat is een argument tegen slecht begeleide competitie. Haal je competitie weg, dan haal je ook leermomenten weg.
Het probleem zit zelden bij kinderen. Het zit bij ouders langs de kant, coaches zonder pedagogische scholing en systemen die alleen op winnen sturen
“Kinderen hebben geen zachtere wereld nodig, maar een veilige wereld waarin ze leren omgaan met harde momenten”
Het probleem zit bij volwassenen, niet bij kinderen
Wat mij in mijn praktijk opvalt: de meeste kinderen houden van spanning. Denk eens terug aan ´tikkertje op het schoolplein´. Kinderen weten heus wel wie beter is of wint. Niet iedereen is overal even goed in. Winnen en verliezen leren kinderen omgaan met ongelijkheid. Een levensles die zichtbaar én bespreekbaar wordt in een veilige sportomgeving.
Veel kinderen willen juist weten waar ze staan. Niet om te worden afgerekend, maar om zichzelf te meten. Plezier ontstaat door progressie te voelen, beter worden, samen strijden en iets proberen onder druk.
Competitie geeft richting. Zonder richting wordt sport vrijblijvend. En vrijblijvendheid leidt vaak niet tot plezier, maar tot afhaken.
Oplaadtip NL sportpsycholoog
Laten we kinderen niet onderschatten. En laten we sport niet armer maken dan nodig is. Ontwikkeling vraagt nuance, geen afschaffing van competitie voor kinderen (van 6 tot 14 jaar).
De oplossing is:
- leeftijdsgebonden competitie (rekening houdend met geboortemaand effect)
- nadruk op inzet, groei en leerdoelen
- ruimte voor emotie na winst én verlies
- volwassenen die voorbeeldgedrag tonen
Competitie kan zacht zijn. Maar het moet wel blijven bestaan in jeugdsport.
Wil jij als speler, ouder, coach of club meer weten over competitie en het verbeteren van sportprestaties? Of wil jij als psycholoog bij NL sportpsycholoog aansluiten? Neem contact met ons op en zet de stap richting mentale training. NL sportpsycholoog gebruikt de Drie batterijen methode. Daarmee wordt dagelijks denkkracht, gevoelskracht en lichaamskracht van de sporter gemonitord, waarmee inzicht ontstaat in de invloed van slaap op het functioneren van de sporter.
Of ga gelijk aan de slag met twee andere aanraders:
- BOEK: Bestel het boek Mindboxing– Het gevecht tussen je oren, geschreven door NL sportpsycholoog Jan Sleijfer. En ga zelfstandig aan de slag met de Drie Batterijen® methode.
- PODCAST: Beluister de inspirerende podcasts van NLsportpsycholoog. Ook te beluisteren via de bekende platforms als Spotify, Apple Podcast en Youtube.
